Spring naar inhoud

De geschiedenis van de devotie tot het Heilig Kindje Jezus van Praag

De devotie tot het Heilig Kindje Jezus van Praag is al een oude devotie, maar toch zijn er veel mensen die niet bekend zijn met de geschiedenis. Hieronder graag de geschiedenis en de litanie. In een andere post zullen we de (zeer krachtige) noveen meegeven.

Begin de 17e eeuw leefde er in de stad Praag een vrome prinses genaamd Polyxena van Lobkowitz. Ze was afkomstig van Spanje en was de weduwe van een katholiek Boheems edelman die de hoogste ambten in het keizerrijk bekleed had. Als overtuigd aanhangster van de zaak van de Kerk en de keizer had ze de onfortuinlijke regenten Slavata en Martinic in haar paleis opgevangen nadat ze uit het venster waren gegooid, wat haar kwam te staan op confiscatie van al haar bezittingen door de protestanten.

Op een dag in 1628 bracht ze een bezoek aan de paters karmelieten en overhandigde hen een bekoorlijk wassen beeldje, dat het Kindje Jezus voorstelde. Het was ongeveer 50 cm hoog, gekleed met een wijd opengeslagen mantel en met een kroon op het hoofdje. Het hief de rechterhand zegenend omhoog, terwijl de linkerhand een wereldbol met een kruis vasthield.

“Ik geef u wat mij het dierbaarst is”, zei de prinses. “Vereer het goddelijk Kind en het zal u aan niets meer ontbreken.” Het beeldje kwam van de Spaanse familie van de prinses, die het als huwelijksgeschenk gekregen had van haar moeder.

De paters waren erg erkentelijk voor het cadeau en gaven het een ereplaats in de bidkapel van hun noviciaat. En de woorden van de prinses kwamen uit: nauwelijks werd het Kindje Jezus in het klooster geëerd, of de keizer herinnerde zich zijn beschermelingen in Praag. Hij zond hen de nodige ondersteuning en legde bij decreet een jaarlijkse gift vast. Datzelfde jaar bracht de wijngaard van het klooster een uitzonderlijk grote opbrengst voort.

In 1630 brak de godsdienstoorlog opnieuw uit in Bohemen. De protestanten hadden hun nederlaag op de Witte Berg verteerd en gingen terug tot de aanval over. Deze keer waren het de Saksen die naar Praag oprukten. Uit voorzorg verplaatsten de karmelieten hun noviciaat naar München, maar in de haast en de koortsachtige drukte werd het miraculeus beeldje vergeten…

Praag viel in 1632. De Saksen plunderden en vernielden het karmelietenklooster en namen de achtergebleven geestelijken gevangen. Maar keizer Ferdinand bracht opnieuw een leger op de been, dat de Boheemse hoofdstad kon bevrijden. En het beeldje? Het was door goddeloze handen in een hoek gegooid en onder een hoop puin en afval terechtgekomen. De teruggekeerde paters, opgeslorpt door het werk van de wederopbouw, dachten er niet meer aan.

Het leek wel of de karmelieten door rampspoed achtervolgd werden. In 1634 vielen de Zweden binnen en moesten de paters halsoverkop vluchten. Na hun terugkomst brak in Praag een verschrikkelijke epidemie uit, waaraan de prior bezweek. De vrede van 1635 bracht tijdelijke rust over het land, maar niet in het klooster: beproevingen van allerlei aard volgden elkaar op.

Twee jaar later keerde Pater Cyriel van de Moeder Gods terug uit ballingschap naar Praag. Deze karmeliet was nog een novice toen prinses Polyxena het Kindje Jezus geschonken had. Van bij het begin had hij er een grote verering voor opgevat omdat zijn gebeden tot het goddelijk Kind hem bevrijd hadden van een aanhoudende geestelijke dorheid en de verleiding om het klooster te verlaten. Hij was binnen de gemeenschap dan ook de grote promotor van de devotie tot het Kindje Jezus geweest.

Bij zijn terugkomst was hij diep onder de indruk van de verdwijning van het beeldje en onmiddellijk vroeg hij aan de overste de toelating om ernaar op zoek te gaan. Het kostte Pater Cyriel veel tijd, maar uiteindelijk vond hij de kostbare schat terug. Hij mocht het beeldje ter verering in het koor van de kapel opstellen en vroeg in een persoonlijk gebed aan het Goddelijk Kind om het klooster, de stad en heel het land onder zijn bescherming te nemen.

Meteen werden zijn gebeden verhoord. Praag ontsnapte aan een nieuwe protestantse invasie. De zegen van God daalde neer over het klooster en bracht rust en vrede. Vol erkentelijkheid beloofde pater Cyriel het Kindje Jezus dat hij het steeds meer zou vereren en overal zijn apostel zou zijn.

“HEB MEDELIJDEN MET MIJ EN IK ZAL MEDELIJDEN MET U HEBBEN”

Toen de karmeliet op een keer geknield tot het Jezuskind bad, hoorde hij plots een stem: “Heb medelijden met mij en Ik zal medelijden met u hebben. Geef mij mijn handen terug en Ik zal u vrede schenken. Hoe meer ge Mij vereert, hoe meer gunsten Ik u zal verlenen.” Pater Cyriel begreep het niet onmiddellijk, tot hij zag dat het beeldje, dat met een mantel bekleed was, geen armen meer had.

Herstellen dus, maar dat kostte geld en de kloostergemeenschap verkeerde in grote armoede. De prior weigerde de toelating te geven om de armpjes opnieuw te laten modelleren.

De vrome karmeliet bad nog vuriger en vertrouwde de zaak toe aan de Voorzienigheid. Kort daarop werd hij bij een stervende geroepen om de laatste sacramenten toe te dienen. Hij ontving van de man een gift van honderd florijnen, een bedrag dat volstond voor de restauratie. Maar weer weigerde de prior, sterker nog, hij verkoos er een volledig nieuw beeld mee aan te kopen.

Het Kindje Jezus was het daar blijkbaar niet mee eens. Op de dag waarop het nieuwe beeld werd ingehuldigd, viel een zware kandelaar van de muur en verbrijzelde het. Ook werd de prior totaal onverwacht ernstig ziek, zodat hij gedwongen was om zijn functie neer te leggen.

Pater Cyriel, die het oude beeldje ondertussen liefdevol in zijn cel had ondergebracht, legde het verzoek van het goddelijk Kind aan de nieuwe overste voor. Opnieuw botste hij op een “ neen ”. De ongelukkige geestelijke vermeerderde de gebeden tot zijn Kleine Jezus en vreemd genoeg ontving de prior toen onverwacht een aantal anonieme giften. In plaats van het geld aan de restauratie van de armpjes te besteden, verkoos de overste echter om voor het materieel welzijn van de religieuzen te zorgen… Dat was duidelijk geen goede keuze: verschillende paters werden zwaar ziek en er waren opvallend veel overlijdens te betreuren.

DE DEVOTIE VERSPREIDT ZICH

Nog altijd was de herstelling niet uitgevoerd. Terwijl pater Cyriel weer aan het bidden was, zei het Kindje Jezus plots : “Plaats mij bij de ingang van de sacristie. Er zal iemand komen die medelijden met Mij zal hebben.”

De pater haastte zich om aan het verzoek te voldoen. Een uur later kwam een man langs in de kerk. Hij zag het beeldje naast de sacristiedeur, bekeek het zorgvuldig en… bood aan om het op zijn eigen kosten te laten repareren!

De man in kwestie, een zekere Daniël Wolf, verkeerde in een hachelijke situatie. Hij had veel schulden gemaakt en werd door zijn ¬schuldeisers voor de rechter gedaagd; bovendien leefde hij op zo’n gespannen voet met zijn echtgenote dat hij ten einde raad een scheiding overwoog. Maar vanaf het moment dat hij toezegde de restauratie te betalen, kwam alles in orde: hij kreeg van de keizerlijke administratie een aanzienlijk bedrag uitbetaald voor bewezen diensten en de vrede keerde terug in zijn huishouden.

De karmelieten besloten daarop om het volledig herstelde beeldje te vereren in een speciale kapel. Die bevond zich achter de kloosterkerk, binnen in het slot van de paters. Ondertussen echter was het wedervaren van Daniël Wolf in heel Praag bekend geraakt. En het verhaal van een nog groter mirakel deed in de stad de ronde: een adellijke dame die op sterven lag, was opnieuw gezond en wel geworden nadat pater Cyriel het beeldje ter verering tot bij haar ziekbed gebracht had.

Zoals te verwachten was, kregen de geestelijken alsmaar meer vragen van gelovigen om het wonderbaarlijke beeldje te mogen vereren. Omdat de locatie dat niet toeliet, brachten de paters het tijdens grote plechtigheden over naar de kerk. De mensen verdrongen zich dan aan de voet van het Kindje Jezus om vol vertrouwen hulp te vragen, en toen zij verhoord werden nam de devotie natuurlijk nog toe. Weldra stroomde men vanuit heel Bohemen naar het Praagse klooster.

De paters begrepen dat het miraculeuze beeldje een vaste plaats moest krijgen in de kloosterkerk zelf. Net op dat moment kregen zij een genereus aanbod van een welgestelde barones, die door het Goddelijk Kind verhoord was geweest: zij wilde een prachtig altaar voor het beeldje bekostigen. De geestelijken gingen verheugd op het voorstel in en op 14 januari 1644, op het feest van de Heilige Naam Jezus, droeg de prior de eerste mis op het nieuwe altaar op.

LITANIE

Heer, ontferm u onzer.

Christus, ontferm u onzer.

Heer, ontferm u onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, Hemelse Vader, ontferm u onzer.

God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm u onzer.

God, Heilige Geest, ontferm u onzer. (en zo voorts) Heilige Drievuldigheid, een God,

Kindje Jezus, ware Zoon van de Levenden God, ontferm U over ons.

Kindje Jezus, ware Zoon van Maria, *

Kindje Jezus, vlees geworden Woord,

Kindje Jezus, voorwerp van het eeuwig welbehagen

van de Hemelsen Vader,

Kindje Jezus, hoop der rechtvaardigen,

Kindje Jezus, verlangen der volkeren,

Kindje Jezus, lang te voren gegroet door de Profeten, Kindje Jezus, onze Zaligmaker,

Kindje Jezus, onze broeder,

Kindje Jezus, die een stal verkoos voor paleis, een kribbe voor wieg en herders voor aanbidders,

Kindje Jezus, door de Drie Koningen erkend, als het Licht en de Zaligheid der volkeren,

Kindje Jezus, bron van genaden,

Kindje Jezus, bron der reinste liefde,

Wees ons genadig, vergeef ons, Kindje Jezus.

Wees ons genadig, verhoor ons, Kindje Jezus.

Van de slavernij der zonden, verlos ons, Kindje Jezus.

Van de begeerlijkheid des vlees, *

Van de hoogmoed des levens,

Door uw zeer nederige geboorte,

Door uw pijnlijke besnijdenis,

Door uw glorierijke openbaring,

Door uw heilige opdracht,

Door uw heilige onschuld,

Door uw heilige onderwerping,

Door uw heilige nederigheid,

Door uw heilige liefde,

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

spaar ons, o Jezus.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

verhoor ons, o Jezus.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

ontferm u onzer, o Jezus.

Kindje Jezus, hoor ons.

Kindje Jezus, verhoor ons.

Lieve Jezus, God van mijn hart en voorbeeld van mijn leven, wees altijd met mij, wend van mij het kwade af, maak mij gelijk aan u, doe mij aangroeien in wijsheid en deugd voor God en voor de mensen.

Mijn zoete Jezus, uit ganser harte heb ik u lief, omdat Gij zo oneindig beminnelijk zijt. Ik dank u, voor al de goede voorbeelden die gij mij hebt gegeven ; geef mij de genade ze getrouw te mogen navolgen tot aan mijn dood. Amen.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.