Spring naar inhoud

De enige reden van ons bestaan – en de vergelijking met de spons

Er zijn geen verschillende redenen van ons bestaan; er zijn er zelfs geen twee. We bestaan niet om rijkdom te vergaren, een vedette te worden of hier op deze wereld ons eigen “paradijs” te maken.

De mens schept niet zichzelf, en ook de ouders scheppen niet, maar werken mee aan de schepping. God doet het grootste werk, Hij is de Gever van het leven (wij slechts de ‘doorgever’), én de instandhouder van het leven. Niemand heeft controle over zichzelf – over zijn ademhaling, de groei van zijn haar, zijn spijsvertering, het knipperen van zijn ogen, de cellen die zich vermenigvuldigen (groei) of vernieuwen in het lichaam, etc… Ook hoe onze kinderen er gaat uitzien enz. Dat is allemaal Gods werk.

Wij zijn allemaal afstammeingen van Adam en Eva, het eerste mensenpaar. Waarom werd de mens geschapen? Wij bestaan slechts om één reden: om bij God te komen, en in de Hemel de leeggekomen plaatsen van de gevallen engelen weer aan te vullen. Vóór de zondeval zou dit vanzelf zijn gegaan totdat het aantal bereikt was – na de zondeval moet dit al strijdend gebeuren, waarbij de demonen trachten de mens te brengen waar zij zijn, en te verhinderen dat die naar de Hemel gaan. Dat is de strijd tussen God en Satan die voortduurt tot het einde der tijden – de strijd om de zielen. Ons kompas zijn de 10 geboden, en wat de Heer ons leerde in het Evangelie (de uitdieping van die geboden).

In feite heeft God voor ieder van ons een plaats in gedachten in de Hemel. Als wij dat afwijzen (en liever de gevallen engelen vervoegen in de Hel), zal een ander in onze plaats daar komen, totdat alle plaatsen bezet zijn. Er zijn diverse categorieën gevallen engelen, en dus zijn er verschillende plaatsen. Daarom zijn er dus ook verschillende categorieën heiligen. Je hebt grote heiligen zoals de H. Pater Pio, de H. Veronica Giuliani of de H. Franciscus van Assisi. Maar je hebt ook ‘kleinere’ heiligen: dat zijn al diegenen die in de Hemel zijn, maar niet hier op aarde tot de ‘eer der altaren’ verheven. Uiteraard heb je ook grote heiligen die hier niet tot de eer der altaren verheven zijn, zoals een Leonie Van den Dijck. De Hemel is zoals een tuin, met kleine en grote bloemen, maar iedere bloem is tevreden met de hoeveelheid zonneschijn die hij opvangt, de heerlijkheid die hij van God ontvangt.

Of de Hemel is als de oceaan van Gods liefde – , waar wij als spons in ondergedompeld worden. Iedereen zal ‘vol’ zijn van God, de kleine spons en de grote spons. Een voortdurend vertoeven “in God”, een zaligheid die men hier op aarde onmogelijk kan voorstellen. Uiteraard zal de Hemel veel meer zijn dan dat. Wat het zal zijn, is een mysterie, maar dat het onvoorstelbaar heerlijk zal zijn, behoeft geen twijfel.

Onze plaats is daar en nergens anders. We moeten er al strijdend komen, want daarom wordt de Kerk op aarde de ‘strijdende’ Kerk genoemd. En slechts één ding is voldoende: verlangen heilig te worden. Want bij God is iedereen heilig, zonder gebreken en zonder zonden. Eén grote harmonie in God, die Liefde is.

We mogen ons dus niet hechten aan aardse dingen die voorbij gaan. Laten wij ons slechts hechten aan de Heer – ons ALLES. Aardse dingen zijn hulpmiddelen voor ons leven hier op aarde, maar mogen nooit een doel zijn. “Leven” om zoveel mogelijk geld te vergaren, of ‘leven voor de koers’ of ‘de voetbal’, is dus totaal verkeerd. De 7 hoofdzonden loeren om iedere hoek.

Een spons in de oceaan is als een ziel in God.

Wij zijn de droge sponsjes die moeten volgezogen worden met water. Al het aardse: dat is het zand, en daarmee kan een spons zich niet volzuigen, en kan de spons niet leven. Het water is God: Hij alleen verkwikt en geeft leven. Pas in de Hemel zullen we volledig volgezogen zijn met dat water; hier slechts een beetje. We blijven gedeeltelijk ‘droog’, en vaak nog gevuld met zand. Dat komt door onze zonden, onze tekortkomingen, ons gebrek aan liefde voor de naaste, en dus ook voor God. Een volledig droge spons is zonder druppel water, en vol zand, en wordt op het eind in het vuur geworpen, om te worden verbrand. De zuivering die God van ons wil, is dat wij vrij worden van dat zand, en vol worden met water.

Laten we niet zijn als de droge spons, maar de spons die verlangt vol te zijn met water – vol van God.

1 reactie »

Geef een reactie op Ruben Stolker Reactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.