Spring naar inhoud

Psalm 22: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?’

Psalm 22, geschreven – onder inspiratie van de H. Geest – door koning David, begint met het kruiswoord van Jezus ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten’, en omschrijft tot vers 19 vrij accuraat het lijden dat de Heer doorstond, tot zelfs het verloten van zijn kleed. Koning David regeerde van 1010-970 vóór Christus.

Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten, (Kruiswoord van Jezus)
ver van mijn roepen om uitkomst,
ver van mijn schreien om hulp.
   3Bij dag roep ik, mijn God – Gij blijft zwijgen,
bij nacht – en ik word niet gestild.
   4Gij die in heiligheid troont,
Gij die van Israël de roem zijt,
   5op U hebben onze vaderen vertrouwd;
zij vertrouwden en Gij bracht hun uitkomst.
   6Tot U riepen zij en er kwam redding:
niet beschaamd werden die op u bouwden.
   7Doch ik – een worm en geen mens,
spot der schare, veracht door het volk.
   8Die mij zien treffen mij met hun hoon,
grijnzen smadelijk, schudden het hoofd:
   9’hij wentelt zijn last op de Heer!’
‘Die zal hem wel komen verlossen,
die bevrijdt hem: hij staat in zijn gunst!’
(cf. de smadende woorden van de Farizeeën: kom van dat kruis af; red u zelf).
   10Gij deed mij de moederschoot uitgaan,
aan haar borst hebt Gij mij gevlijd;
   11u viel ik toe, nauwelijks geboren,
van mijn oorsprong af zijt Gij mijn God.
   12O, blijf dan niet verre van mij:
nu is mij wat dreigde genaderd;
en er is geen mens die mij helpt.
   13Een troep stieren staat om mij heen,
mij omsingelen de bisons van Basan,
   14en dreigend, met wijd open muil,
verscheurende, brullende leeuwen.
   15Als water dat wegloopt verga ik,
alsof heel mijn gebeente is ontwricht; (Jezus’ ledematen waren allen ontwricht bij de kruisiging)
mijn hart lijkt geworden tot was,
het begint te begeven van binnen.
(na drie uur aan het kruis begon zijn Hart het inderdaad te begeven)
   16Een stuk potscherf – zo droog is mijn keel,
en mijn tong voelt gekleefd in mijn mond:
(Jezus had op het kruis enorme dorst)
stof des doods – daarin laat Ge mij liggen.
   17Een troep honden is om mij heen;
rond mij hokt de wreedaardige bende
die mijn handen doorstak en mijn voeten.
(de wrede beulen doornagelden inderdaad zijn handen en voeten)
   18Al mijn beenderen kan ik tellen –
en zij komen mij zien, mij bekijken,
(iedereen stond te kijken naar Jezus die zieltogend aan het kruis hing)
   19zij verdelen samen mijn kleren:
er wordt om mijn mantel geloot. (Jezus’ kleren werden inderdaad verdeeld, en zijn om zijn onderkleed/mantel werd inderdaad gedobbeld)

Christus doorstond dit enorme lijden om ons te verlossen van onze zonden, om ons te kunnen laten delen in zijn heerlijk en altijddurend Koninkrijk.

Zalig Pasen!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: