Spring naar inhoud

Dag des Oordeels – Dies Irae

De Latijnse hymne Dies Irae (‘Dag des toorns’) blikt vooruit op de vreeswekkende dag waarop het Laatste Oordeel plaatsvindt. Het Dies Irae maakt deel uit van de Tridentijnse (Latijnse) requiemmis.

Het Dies Irae is een 13-eeuwse Latijnse hymne, toegeschreven aan de franciscaan Thomas van Celano. Het lied bestaat uit 18 stanza’s en een korte, later toegevoegde, tekst (Pie Jesu). Alle stanza’s, behalve de laatste, bestaan uit drie regels. De laatste woorden van elke regel rijmen op elkaar.

De hymne bezingt vanuit het ik-perspectief het Laatste Oordeel, waarop God zijn toorn (ira) zal laten gelden. Alle zielen worden op deze vreeswekkende dag herenigd met hun lichamen. De verrezenen worden voor Gods troon gebracht en geoordeeld, waarna de zondaars in het hellevuur zullen worden geworpen. De ik-figuur bidt dat hij tot de uitverkorenen wordt gerekend en bidt God om genade. De vreze Gods (dat is: de vrees om God door zonde te mishagen) wordt hier duidelijk onderstreept.

In de Romeinse Ritus van de Katholieke Kerk werd het Dies Irae gezongen als sequentie in de Heilige Mis voor de overledenen (requiemmis) en de Mis op Allerzielen.

Maar na het Tweede Vaticaans Concilie werd deze hymne geschrapt uit de Liturgie voor de overledenen… Alle verwijzingen naar de vier uitersten (Dood, oordeel, Hel, Hemel) werden sindsdien zoveel mogelijk gemeden. De mensen moeten horen wat ze graag horen: leuke tekstjes en liedjes…

Dies iræ. Dies illa
Solvet sæclum in favilla:
Teste David cum Sibylla! 

(Dag des toorns, o die dag zal de wereld in de as vergaan zoals voorzegd door David en de Sibylle.)

Quantus tremor est futurus,
Quando iudex est venturus,
Cuncta stricte discussurus! 

(Hoeveel beving is toekomende wanneer de rechter zal komen om alles streng te oordelen)

Tuba mirum spargens sonum
Per sepulchra regionum,
Coget omnes ante thronum. 

(De bazuin, een zonderling geschal verspreidend over de graven van alle landstreken, zal allen vóór de troon ontbieden.)

Mors stupebit, et natura,
Cum resurget creatura,
Iudicanti responsura. 

(Dood en leven zullen verstommen, wanneer de schepping zal herrijzen om zijn rechter rekenschap te geven.)

Liber scriptus proferetur,
In quo totum continetur,
Unde mundus iudicetur. 

(Het boek met aantekeningen zal worden aangebracht waarin alles staat opgetekend waarop de wereld zal geoordeeld worden.)

Iudex ergo cum sedebit,
Quidquid latet, apparebit:
Nil inultum remanebit. 

(Als dan de rechter zetelen zal, zal al wat verborgen is verschijnen, niets zal ongewroken blijven.)

Quid sum miser tunc dicturus?
Quem patronum rogaturus,
Cum vix iustus sit securus? 

(Wat zal ik, ellendige, dan te zeggen hebben, welke pleiter zal ik vragen, als zelfs de rechtvaardige nauwelijks zeker is?)

Rex tremendæ maiestatis,
Qui salvandos salvas gratis,
Salva me, fons pietatis

(Vorst met geduchte majesteit, die genadig heelt wie verdient geheeld te worden, red ook mij, bron van genade!)

Recordare, Iesu pie,
Quod sum causa tuæ viæ:
Ne me perdas illa die. 

(Gedenk, lieve Jezus, dat ik de reden van uw komst ben, laat mij die dag dan niet verloren gaan.)

Quærens me, sedisti lassus:
Redemisti Crucem passus:
Tantus labor non sit cassus

(Op zoek naar mij, zijt gij vermoeid gaan zitten, hebt mij vrijgekocht door uw lijden aan het kruis, laat zulk lijden niet vergeefs zijn.)

Iuste iudex ultionis,
Donum fac remissionis
Ante diem rationis. 

(Rechtvaardige Rechter der Wrake, schenk mij de gave der vergiffenis, nog vóór de dag der rekenschap.)

Ingemisco, tamquam reus:
Culpa rubet vultus meus:
Supplicanti parce, Deus.

(Ik zucht, als de zondaar die ik ben, van de schuld kleurt mijn aangezicht rood, God, wees deze smekeling genadig!)

Qui Mariam absolvisti,
Et latronem exaudisti,
Mihi quoque spem dedisti. 

(Gij, die Maria [Magdalena] van schuld hebt bevrijd, en die de rover hebt verhoord, hebt ook mij hoop gegeven.)

Preces meæ non sunt dignæ:
Sed tu bonus fac benigne,
Ne perenni cremer igne.

(Mijn gebeden zijn niet waardig, maar gij, die goed zijt, wees mild en maak dat ik niet verteerd word door het eeuwig vuur.)

Inter oves locum præsta,
Et ab hædis me sequestra,
Statuens in parte dextra. 

(Bereid mij een plaats tussen uw schapen, zonder mij af van de bokken, en laat mij staan aan uw rechterzijde.)

Confutatis maledictis,
Flammis acribus addictis:
Voca me cum benedictis. 

(Wanneer de vervloekten zijn verslagen en aan de verterende vlammen prijsgegeven, roep mij dan onder de gezegenden.)

Oro supplex et acclinis,
Cor contritum quasi cinis:
Gere curam mei finis

(Ik bid u, deemoedig en neergeknield, en mijn hart bijna tot as gekrompen, draag zorg voor mij in mijn laatste uur.)

Lacrimosa dies illa,
qua resurget ex favilla
Iudicandus homo reus.
Huic ergo parce, Deus.

(Die tranenrijke dag, waarop uit zijn as verrijzen zal de zondige mens, om geoordeeld te worden. Ontzie dan deze mens, mijn God;)

Pie Iesu Domine,
dona eis requiem. Amen. 

(Here Jezus lief, schenk hen de rust. Amen.)

Bron: Katholieke Encyclopedie KRO; Wikipedia

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: