Zalige A.K. Emmerick in 1821 over de Aarde die steeds woester en onvruchtbaarder werd naarmate de duistere werken van de mensen toenamen: “Alles verdroogde en stierf af”

Reeds in 2022 hadden we een kurkdroog jaar, en schreef ik hierover, maar opnieuw hebben we met grote droogte te kampen. De Rijn wordt onbevaarbaar. De Donau staat zo laag dat ze in Hongarije hun enige kerncentrale moeten sluiten. Hier in Vlaanderen staan op de velden de maïs enz. te verdrogen. Beken drogen op en het grondwaterpeil zakt zienderogen.
Graag herinner ik ieder aan wat de Duitse zieneres Anna Katharina Emmerick zag in 1821:
“Ik zag de aarde als een rond oppervlak, overdekt met donkerte en duisternis. Alles verdroogde en stierf af. Ik zag dat met ontelbare bijzonderheden bij schepselen van allerlei soort, zoals bomen, struiken, planten, bloemen en velden. Het was alsof men het water uit de beken, de fonteinen, de rivieren en de meren pompte, of dat het weer terugkeerde naar zijn bron, naar de wateren boven het uitspansel of rond het paradijs. Ik trok over de verlaten aarde en zag de rivieren als dunne linten, de meren als zwarte afgronden, waar men alleen in het midden nog een paar plassen water zag. Heel de rest was een dikke, troebele modder, waarin ik enorme dieren en vissen zag, die zich door de modder heen werkten en vochten tegen de dood. Ik ging ver genoeg om de oever van de zee te zien, waar ik vroeger de H. Clemens had zien verdrinken. Ik zag ook plaatsen en mensen in de droevigste toestand van verwarring en ondergang en ik zag hoe de aarde steeds woester en onvruchtbaarder werd naarmate de duistere werken van de mensen toenamen. Ik zag veel gruwelen tot in bijzonderheden; ik herkende Rome en ik zag de Kerk onderdrukt en haar verval van binnen en van buiten.
Zalige A.K. Emmerick, 1821
De wereld is niet zozeer vervuild door CO2-uitstoot, en er is geen “klimaatcrisis”, maar het is een geestelijke vervuiling: de wereld is vooral bevuild door de zonden van de mensheid. Het is een crisis van de zonde, die erger is dan vlak vóór de Zondvloed!
In Fatima, La Salette en op vele andere plaatsen waarschuwde Onze Lieve Vrouw voor straffen indien de mensen zich niet zouden beteren.
Te La Salette bvb., in 1846, kondigde de Heilige Maagd een straf aan omdat de mensen almaar vloekten, op de vastendagen vlees aten en de boeren op zondag werkten:
“Kom dichter bij, mijn kinderen, weest niet bevreesd; Ik ben hier om u een groot nieuws te verkondigen” Toen sprak de Moeder Gods, terwijl tranen uit Haar mooie ogen begonnen te stromen op 19 september 1846 de volgende zeer merkwaardige boodschap:
“Als Mijn volk zich niet wil onderwerpen ben Ik gedwongen de arm van Mijn Zoon te laten gaan. Hij is zo zwaar en zo drukkend dat Ik hem niet langer kan tegenhouden.”
“Als Ik wil dat Mijn Zoon zich niet van u afkeert ben ik genoodzaakt hem onophoudelijk voor jullie ten beste te spreken. Maar jullie, jullie trekken er zich niets van aan. Ik heb u zes dagen gegeven om te werken, ik heb mezelf de zevende dag voorbehouden en gij wilt hem Mij niet toestaan. Als de oogst verrot dan is dat alleen uw eigen schuld. Ik heb het u vorig jaar getoond met de aardappelen en ge hebt er u niets van aangetrokken. Wanneer ge er vond die rot waren vloekten jullie en brachten er de naam van Mijn Zoon bij te pas. Zij zullen verder rotten en met Kerstmis zullen er geen meer zijn. De noten zullen slecht worden en de druiven zullen verrotten. Er zal een grote hongersnood komen maar voordat die komt zullen de kleine kinderen onder de 7 jaar door een siddering bevangen worden en sterven in de handen van hen die ze vasthouden…”
God laat al deze rampen, en ook de huidige droogte en hitte toe om onze blik tot de Hemel te doen richten, en onze knieën voor onze Schepper te buigen, en Hem te eren, onze eigen ellende in te zien en onze zonden te verfoeien en te bewenen. Alles op deze wereld is vergankelijk, maar de zielen blijven voor eeuwig bestaan. Eén ziel is meer waard dan bvb. alle planten en dieren op deze aarde. God straft, uit liefde, om de mensen uit hun sluimer wakker te schudden, om ze te louteren, om ze (hopelijk) tot inkeer te brengen.
Laten wij vooral blijven bidden, en vertrouwen op de Heer.





