Spring naar inhoud

H. Pièrre-Julien Eymard: De mystieke bruiloft

Ter gelegenheid van de feestdag van St. Pièrre-Julien Eymard op 1 augustus graag een homilie van hem over de mystieke bruiloft van Jezus met ons bij de H. Communie.

De Heer heeft bij zijn menswording de menselijke natuur aangetrokken; Hij heeft onze natuur aangenomen, maar zuiver en zonder zonde. Met deze natuur heeft Jezus Christus de wereld verlost. Jezus beminde de mensheid, omdat hij ze aangenomen heeft, daarom heeft Hij zich voor haar overgeleverd en daarom ook noemde hij zich zo gaarne de Zoon des mensen, Filius hominis.

Maar Jezus wil zich met elke ziel verenigen en daarom heeft hij de H. Eucharistie ingesteld. Dáár wordt dagelijks de bruiloft van Jezus Christus met de christenziel gevierd. Onze zielen zijn niet alleen tot het feest uitgenodigd, maar om bruiden te worden. Hoe heerlijk is deze uitnodiging, welke het Woord Gods ons met deze woorden doet: “Veni, sponsa, veni, coronaberis“; Kom o mijn ziel, mijn bruid, ontvang van mij de bruiloftskroon. De Heer vraagt ons slechts te willen komen. Hij zelf geeft ons in het H. Sacrament der Biecht het bruiloftskleed. Armen, kreupelen en lammen, allen nodigt Hij uit en zegt hun: “Venite inebriamini,… posui mensam“; komt u elke dag verzadigen met de zuivere wellusten aan mijn feestmaal. De Heer kon ons geen groter eer aandoen. Ik weet het, allen komen niet, en velen door hun fout; nochtans allen worden verzocht. Zij die wettig belet zijn elke dag te komen, dat zij zich verheugen dat andere christenen, meer begunstigd, vaker communiceren; dat zij zich verheugen dat de Heer niet tevergeefs in zijn tabernakel verblijft. Bij het zien van het feest van anderen, denkt op het uwe, dat aanstaande is.

Jezus verenigt de ziel, die communiceert, met zich door een goddelijke band. Het is een contract, vrijwillig aangegaan, tussen Jezus en de ziel; zij verenigen zich met elkander, om slechts één zedelijke persoon uit te maken: contract dat Jezus nooit zal verbreken; het is aan ons er getrouw aan te blijven door een goed geweten en door er getrouw de verplichtingen van te volbrengen.

De Heilige Pièrre-Julien Eymard.

Hebt gij die getrouwheid niet beloofd? Jezus riep u, om u met Hem te verenigen; uw armoede hield u terug. Jezus heeft u gezegd: “niettegenstaande alles, kom, ik zal alles voor u zijn.” Bij het zien van zoveel liefde hebt gij, in het vuur der erkentenis, beloofd geheel aan God te zijn; gij hebt u voor immer aan Hem verbonden. Want wie zou aan de Heer durven zeggen: “Ik zal u voor heden getrouw zijn, maar voor later beloof ik U niets”? Neen, men geeft zich voor altijd, tenminste, met het verlangen en met de wil. Ziedaar het contract, Jezus zal er getrouw aan zijn; breek het niet van uwentwege.

De bruid, met zich te verbinden, verliest haar eigen beschikking; zij komt onder de macht van de man; zij moet hem gehoorzamen; het komt aan hem toe te bevelen en de familie te besturen; hij is er het hoofd van.

In deze sacramentele verbintenis, waarbij de ziel zich met Jezus verenigt, blijft zij geen meesteres van zichzelf; zij onderwerpt zich, geeft zich aan Jezus. Zij moet leren zijn wil te kennen, Hem te helpen en Hem overal te volgen. Zij is de bruid, Jezus de bruidegom. Overweeg de verplichtingen van deze heerlijke titel. Neem er de lasten van aan, daar gij er de eer van aanneemt. Vele goede zielen zeggen: “Bruid des Heren, dat is teveel voor mij, ik wil liever de dienaar/dienares van de Heer blijven.” Maar men antwoordt, de dienares eet niet aan tafel van de meester. Blijft aan de voeten van de Heer indien gij slechts zijn dienaar/dienares wilt zijn. Daar schuilt zeer dikwijls een lafheid onder. De adeldom heeft zijn verplichtingen. Laat u opvoeden door de Heer; vreest niet; deze eer komt niet van u. De Heer heeft u er toe gebracht; Hij zal u de nodige genaden en deugden geven, om er de lasten van te dragen. Christenziel, neem met vertrouwen deze schone titel van bruid van Jezus Christus aan, en vereer Hem met de liefde en het voorkomen van een getrouwe bruid. Ik bid er u om, zeg de Heer niet dat Hij zich bedrogen heeft met u aan te nemen!

De vereniging tussen Jezus en de ziel is sterker dan elke andere vereniging. Geen natuurlijke vereniging kan met deze vergeleken worden, wie de personen ook zijn die zich met elkaar verbinden, wat hun hoedanigheid ook is of hun wederkerige genegenheid ook mag wezen.

De ziel verenigt zich zodanig met Jezus Christus dat zij op zekere wijze haar eigen bestaan verliest, om Jezus alleen in haar te laten leven: Vivit vero in me Christus.

Deze vereniging heeft haar graden van innigheid: hoe sterker de liefde is, hoe inniger en nauwer zij is; gelijk twee stukken was zich meer verenigen naarmate zijn vloeiender (en dus warmer) zijn. De ziel gaat in Jezus Christus op, gelijk een druppel water in de oceaan, en een deel ervan wordt: Divinae consortes naturae.

Zeker, Jezus had zich kunnen bepalen met ons enkel de genaden ter zaligheid te geven. Maar Hij zag dat er zielen zouden zijn, die Hem met de toewijding van ware bruiden zouden beminnen, en tot dezen heeft Hij gezegd: “Ik zal mij voor altijd met u verenigen.” Maar als Jezus zich met ons verenigt bij de H. Communie, dan is een enkele communie genoeg; waartoe dan zoveel communiceren?

Ja, zeker, Jezus van zijn kant zou in een enkele keer ons gans en volmaakt met zich kunnen verenigen. Hij verlangt dit zelfs en meet ons de overvloed van zijn genaden niet af. Maar wij van onze kant, zijn zo onvolmaakt, zo koud, dat Jezus die vereniging dikwijls moet vernieuwen, om onze eerste Communie te versterken en te vervolmaken. Jezus bevestigt iedere keer de eerste verbintenis en maakt haar zuiverder en nauwer. Jezus geeft zich niet karig, en het ligt niet aan Hem dat de vereniging niet volmaakt is; wij zelf zijn niet goed genoeg gesteld, en aarzelen ons gans aan Hem te geven.

Eren wij Jezus dus als onze goddelijke Bruidegom; beminnen wij Hem uit heel ons hart. Hoe! Wij, ongetrouwe bruiden, wij hebben gezondigd, waren ontrouw aan onze verbintenissen! Jezus is ons toch blijven beminnen, Hij nodigt ons opnieuw uit ons met Hem te verenigen; Hij vergeet wat wij misdaan hebben, en wij zouden Hem niet beminnen! Wij die alles aan Jezus te danken hebben!

Wij hadden niets en waren niets, Jezus heeft ons bemind, met ons zijn glorie en zijn rijkdommen gedeeld. Beantwoorden wij aan deze liefde door Hem alles terug te geven; als komt het van Hem zonder enige verdienste van onze kant, en door ons zelf aan Hem te geven, als Hem om zoveel titels toebehorend. Indien wij de liefde van Jezus Christus in het H. Sacrament van het Altaar voor ons overwegen, dan zou ons leven slechts een aanhoudende akte van liefde en dankbaarheid moeten wezen.

Uit: Het H. Sacrament Des Altaars, door de Z.E. Pater EYMARD, stichter der Congregatie van het Allerheiligste Sacrament – tweed reeks – De H. Communie, Boekhandel van het Allerh. Sacrament, Brussel, 1903

3 Comments »

  1. Prachtig en hartverwarmend relaas! Let wel dat over de ene ware Heilige Tridentijnse Mis gaat en niet over misbaksel novus ordo van Paulus VI. Sinds invoering van de post-conciliaire mis..en andere aggiornamento’s waar Johannes XXIII zo gelukkig mee was, is de geloofsafval enorm en sluiten de kerken sneller dan coffeeshops. Wanneer iets van God komt en het is Zijn Wil werkt het en groeit het. Is het niet van God, verdwijnt het.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: