Spring naar inhoud

Uit ‘Zonneland’ van 7 juni 1925: ‘Geef ons heden ons dagelijks brood…’

Een schoon gebed.

Ik ken een vurig Kruistochterke, een trouw vriendje van Koning Jezus… Zijn moeder heeft hem zo’n schoon gebed geleerd, om te bidden vóór het eten. Eerst maakt hij een schoon kruis… dan doet het de handjes samen en houdt de oogskes neergeslagen… Dan zegt het:

“Jezus! Zegen deze spijs welke uw goedheid mij geeft. Doe ze dienen tot mijn tijdelijk en geestelijk welzijn. Amen. Onze Vader… Weesgegroet…”.

Is het geen schoon gebed, vriendjes? Wie wil het ook bidden aan tafel?

Hoe goed is God!

Ja kinderen, “wat is de goede God toch goed! Een heilig zusterke, de zalige Julie Billiart, herhaalde die woordjes gedurig. Wat is de goede God toch goed!.. Elke dag krijgt ge overvloedig en smakelijk voedsel… vier, vijfmaal daags moogt ge aan moeders tafel komen zitten… het eten is altijd gereed… en altijd is er genoeg voor u, en voor uw broertjes en zusjes… Uw lieve vader werkt immers voor u, van de morgen tot de avond. Weest uw lieve ouders dankbaar! Ziet ze graag! Wees vriendelijk… dienstbaar… gehoorzaam.

Weest ook de goede God dankbaar, kruistochterkes! ’t Is de lieve God, die u het voedsel geeft, door de tussenkomst van uw ouders. God heeft alles geschapen… Hij heeft de vruchtbaarheid aan de grond gegeven. Hij heeft de planten geschapen… Hij heeft de regen en de zonneschijn geschonken… hij heeft de vruchten doen groeien… Hij heeft het werk van de mensen gezegend. Zo zorgt God voor het voedsel, van alle mensen die op de aarde leven… voor het voedsel van de dieren, van de vogels, van de insecten… O ja, wat is de goede God toch goed!

Dank, o Gever van alle goed!

Begrijpt ge kinderen, waarom ge schoon moet bidden vóór en na het eten? Spijtig! Zo weinig mensen denken eraan… van velen krijgt God nooit een dankwoordje voor de weldaden aan tafel verleend… Kruistochterkes! Doet gij ánders, heel uw leven! Toont gij dat ge gelooft, dat de lieve God de Gever is van alle goed. Weet ge wat Jezus van zijn Kruistochterkes verwacht?

Luistert dan:

  • Een Kruistochter bidt altijd vóór en na het eten… Nooit is hij daarvoor verlegen. Vriendjes! Vergeet dit niet, als ge groter wordt.
  • Een Kruistochter doet altijd aan tafel minstens één versterving. Voorbeelden kent ge genoeg (bvb. geen zout op de patatten). Dit offerke van de smaak is Jezus zeer aangenaam. Laat het nooit na!
  • Een Kruistochter heeft eerbied voor het voedsel dat God hem geeft. Kinderen! Werpt nooit uw boterhammen weg… Neemt niet op uw bord wat ge niet kunt opeten… geeft niet aan de dieren wat nog goed genoeg is voor de mensen.
  • Een Kruistochter is geen snoeper. Vriendjes! Weest geen snoepers! Soms eens wat suikergoed nemen is toegelaten… Maar kinderen die nooit van huis weg kunnen zonder snoepgeld… en elke dag snoepgoed verlangen, zijn geen echte Kruistochters. Een soldaat van Jezus moet zijn snoeplust kunnen bedwingen.

Wie die puntjes onderhoudt, maakt goed gebruik van Gods gunsten, en gedraagt zich aan tafel als een voorbeeldig Kruistochter. Maria, onze Koningin, verkrijg voor ons die gratie!

Uit: Zonneland – Uitgave der abdij van Averbode – tijdschrift van den eucharistischen kruistocht – 7 juni 1925 – N° 23

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.